Skip to content

Product Editor ​

De Product Editor is waar een product zijn vorm krijgt: de stappen die je klant doorloopt, de vragen in elke stap, en de opties bij elke vraag. Alles wat de klant in de configurator ziet, komt hiervandaan.

Deze pagina beschrijft het scherm en de begrippen. Voor de diepte — formules, prijslogica, zichtbaarheid — hebben de logica-editor en de herhalingslogica een help-knop, die je naar Prijsbeheer brengt.

Waar je het vindt ​

Manager → Configuraties → klik een product aan. Heeft het product een developmentversie, dan open je die; het live-product bewerk je bewust apart (zie Live en development).

Het scherm ​

De editor bestaat uit drie kolommen, met daarboven een werkbalk.

KolomWat het is
Structuur (links)De boom van het hele product. Hier selecteer je wat je bewerkt, en hier voeg je items toe.
Preview (midden)De configurator zelf. Hij volgt je wijzigingen terwijl je ze maakt, ook vóór het opslaan, en toont de taal die je bewerkt. Wissel in de werkbalk tussen Desktop en Mobiel; de herlaadknop in de preview laadt hem opnieuw. Klik een onderdeel in de preview aan om het in de boom te selecteren.
Bewerkpaneel (rechts)De blokken die horen bij het geselecteerde item, verdeeld over de tabbladen Inhoud, Prijzen en Logica. Klik op de titel van een blok om het in en uit te klappen.

Selecteer je niets, dan staat er alleen Selecteer een item uit de lijst om te bewerken.

Naast de drie bewerktabbladen staat Logs: selecteer een feature en je ziet waarom die feature zichtbaar of verborgen is en hoe zijn prijs is opgebouwd in de configuratie die in de preview staat. Gebruikt je bedrijf het werkboek, dan verschijnt ook een tabblad Werkboek zodra er een blad aan het product gekoppeld is.

De structuur ​

Een product heeft vier niveaus. Elk niveau bevat het volgende.

NiveauWat het isVoorbeeld
ProductHet geheel. Draagt de instellingen die voor alles gelden.Eettafel
StapEén scherm in de flow, met een genummerd rondje in de boom.Blad
FeatureEén vraag binnen die stap.Materiaal
SubfeatureEén keuzemogelijkheid binnen die vraag.Eikenhout

Alleen features van een selectietype hebben subfeatures. Een getal-, tekst- of bestandsfeature is zelf het antwoord en heeft daarom geen pijltje om uit te klappen.

Een stap van het type info is een uitzondering: dat is het formulier aan het eind van de flow. Die stap heeft geen features en wordt altijd als laatste getoond.

Werken in de boom ​

  • Toevoegen — elke rij die items kan bevatten heeft een +-knop: bij het product is dat Stap toevoegen, bij een stap Feature toevoegen en bij een feature Subfeature toevoegen. Nieuwe items heten Nieuwe stap, Nieuwe feature of Nieuwe subfeature; geef ze meteen een naam en een ID.
  • Verslepen — pak een rij bij het greepje rechts. Laat hem los tussen rijen van hetzelfde niveau om te herordenen, of laat een feature op een andere stap vallen (of een subfeature op een andere feature) om hem daarheen te verplaatsen. Een subfeature die aan een werkboekrij gekoppeld is, kan niet naar een andere feature. Een feature verplaatsen kan ook met het veld Stap in het blok Algemeen.
  • Zoeken — het zoekveld in de werkbalk (Cmd/Ctrl + K) filtert op alle niveaus tegelijk en klapt de treffers open. Enter springt naar de volgende treffer; met de pijltjes naast het veld ga je heen en terug.
  • Uitproberen — de boom werkt ook als test: klik het rondje of vierkantje vóór een optie om die in de preview te kiezen, en typ bij een getal- of tekstfeature direct een waarde in de boom. Items die in die configuratie door logica verborgen zijn, worden vervaagd getoond, en een stap die herhaald wordt staat er per herhaling in.
  • Tekens in een rij — een bolletje betekent niet-opgeslagen wijzigingen, een doorgestreept oog betekent dat het item niet in de configurator staat, een koppelingsicoon betekent dat het item via het werkboek beheerd of eraan gekoppeld is, een waarschuwingsteken betekent dat het feature-ID dubbel gebruikt wordt, en bij het product zelf zie je aan een icoon of je in de live- of de conceptversie zit.

Wat je per niveau instelt ​

De blokken in het bewerkpaneel wisselen met het geselecteerde item en met het tabblad dat openstaat.

BlokTabbladVerschijnt bijWat je erin doet
Algemeenelk tabbladallesNaam, identifier, en bij een feature in welke stap hij hoort
Financiële instellingenPrijzenproductBTW, afronding en extra percentage
PrijsinvoermodusPrijzenproductOf je prijzen inclusief of exclusief BTW invoert
Prijsweergave voor klantPrijzenproductWelke prijzen de klant te zien krijgt
ContentInhoudproductDe tekst boven de totaalprijs en het iConfigure-logo
Knoppen voor visuele interactieInhoudproductDe knoppen over de 3D-weergave heen (AR, info, delen)
KoppelingenLogicaproductDe 3d-url
Inzending & trackingLogicaproductTracking, en welke inzending aan het product hangt
GevarenzoneLogicaproductHet product verwijderen
Herhalingslogicaelk tabbladstapHoe vaak de stap in de flow verschijnt
Data, WeergaveInhoudfeatureFeaturetype en weergave
SubfeaturesInhoudfeatureImport en export van subfeatures
GetalwaardenInhoud, Prijzen, Logicagetal-featureStart-, min-, max- en stapwaarde onder Logica, eenheid onder Inhoud, stapprijs onder Prijzen
AfbeeldingInhoudsubfeatureDe afbeelding van de optie
ContentInhoudfeature, subfeatureInfo, beschrijving en offertetekst
PrijsPrijzenfeature, subfeatureDe prijs, of een prijsberekening
LogicaLogicafeature, subfeatureVerplicht beantwoorden, aantal en zichtbaarheid
Aangepaste eigenschappenLogicafeature, subfeatureEigen velden per optie
ReferentiesLogicafeature, subfeatureWaar dit item in andere logica gebruikt wordt

Het blok Algemeen ​

Dit blok staat altijd bovenaan.

  • Naam is wat de klant leest. De knop ernaast zet de eerste letter in een hoofdletter.
  • ID is waarmee je in formules en logica naar dit item verwijst, herkenbaar aan de @ ervoor. Het veld corrigeert je invoer terwijl je typt: spaties worden underscores, hoofdletters worden kleine letters, en de rest van de leestekens verdwijnt. Kies iets leesbaars — color_top_oak leest jaren later nog steeds.
  • Type verschijnt alleen bij een lege stap, en kiest tussen een gewone features-stap en een info-stap.
  • Stap verschijnt bij een feature en verplaatst hem naar een andere stap. Deze wijziging wordt meteen opgeslagen.

Features ​

Een feature is één vraag. Het featuretype bepaalt wat voor antwoord de klant geeft; het weergavetype bepaalt hoe die vraag eruitziet.

Een feature toevoegen ​

  1. Klap in de boom de stap uit waar hij bij hoort en klik Feature toevoegen.
  2. Geef hem in het blok Algemeen een naam en een ID.
  3. Kies op het tabblad Inhoud, in het blok Data, een featuretype.
  4. Kies daaronder in het blok Weergave een weergave.
  5. Voeg bij een selectietype de opties toe als subfeatures.

Een feature zonder ID of zonder type wordt niet opgeslagen — je krijgt dan een melding in beeld.

Featuretypes ​

TypeDe klantSubfeatures
Enkele selectiekiest precies één optieja
Meervoudige selectievinkt er nul of meer aanja
Getal invoervult een getal innee
Tekstvaktypt tekstnee
Bestand uploadenuploadt een bestandnee

Weergave ​

Per type kun je kiezen hoe de vraag getoond wordt.

TypeKeuzes
SelectieRond (bij meervoudige selectie: Rond met afbeelding), Afbeelding, Toggle, Kaarten, Afbeeldingslijst, lijst, Slide, plus Select bij enkele selectie en Switch bij meervoudige selectie
Getal invoerInvoer, Vak met +/−, Slider, alleen lezen
TekstvakVak, Gebied, Kleurkiezer (Hex), Kleurkiezer (Hex + Alpha)
Bestand uploadenDropzone, Knop upload

Bijna elk type heeft ook Verbergen. De feature telt dan gewoon mee in de berekening, maar de klant ziet hem niet — handig voor waarden die je zelf uitrekent.

Bij de weergaven Rond, Afbeelding en Kaarten verschijnt er een schuifregelaar Items per rij (1 tot 12).

Subfeatures ​

Elke subfeature is één optie: een naam, een prijs, en bij een selectiefeature een afbeelding die je uit de mediakiezer haalt of erin sleept.

Gaat het om veel opties, dan werk je sneller buiten de editor: Exporteren in het blok Subfeatures zet alle subfeatures van deze feature in een CSV-bestand, en Importeren leest zo'n bestand weer in. Zo maak je een prijslijst van honderd regels in één keer bij.

De werkbalk ​

De werkbalk hoort bij het item dat je hebt geselecteerd.

KnopWat het doet
TerugTerug naar de lijst met configuraties
Ongedaan maken / OpnieuwMaakt je laatste wijziging ongedaan of voert hem opnieuw uit — of Cmd/Ctrl + Z en Cmd/Ctrl + Shift + Z
Live bewerkenOntgrendelt een liveproduct; zonder dit slot zijn alle velden vergrendeld
DuplicerenKopieert het item mét alles eronder; de kopie krijgt (kopie) achter de naam en _copy achter het ID
VerwijderenVerwijdert het geselecteerde item na een bevestiging
In configuratorOf deze feature of subfeature aan de klant getoond wordt
In offerteOf deze feature op de offerte komt
Desktop / MobielDe breedte waarop de preview de configurator toont
TaalDe taal waarin je nu tekst bewerkt
Open live / Open conceptOpent de live- of de conceptversie van de configurator in een nieuw tabblad
VersiesConceptversie aanmaken, backups, en een product downloaden of importeren
VerwerpenGooit na een bevestiging alle niet-opgeslagen wijzigingen in het product weg
OpslaanSlaat alle wijzigingen in het product op — of Cmd/Ctrl + S. Bij een developmentversie heet de knop Concept opslaan
PublicerenPubliceert de developmentversie naar live

Gebruikt je bedrijf het werkboek, dan staan op het werkbalktabblad Werkboek de acties om een feature of subfeature aan een werkboekblad te koppelen.

Opslaan, ID's en referenties ​

Wijzigingen staan pas vast als je opslaat. Tot die tijd blijven ze bewaard voor het hele product, dus je kunt ondertussen gewoon naar andere items; elk gewijzigd item heeft een stip in de boom. Opslaan slaat alles in één keer op. Verlaat je de editor met niet-opgeslagen wijzigingen, dan krijg je de vraag of je ze wilt opslaan of verwerpen.

Omdat formules naar ID's verwijzen, controleert de editor die verwijzingen voor je:

  • Hernoem je een ID dat elders gebruikt wordt, dan verschijnt ID gewijzigd. Vervangen & opslaan past het ID overal in de logica aan; Alleen opslaan laat de oude verwijzingen staan — en die breken.
  • Verwijder je een item waarnaar verwezen wordt, dan krijg je dezelfde waarschuwing met een lijst van de regels die eraan hangen. Toch verwijderen verwijdert het item alsnog.
  • Het blok Referenties toont van tevoren waar een feature of subfeature in logica gebruikt wordt. Klik een regel aan om er direct heen te springen.

Live en development ​

Een product kan twee versies hebben: live, wat je klanten gebruiken, en development — in de editor concept genoemd — waarin je rustig verbouwt. Een liveproduct staat standaard op slot; met Live bewerken haal je dat slot er bewust af.

Bij een developmentversie publiceer je die met Publiceren in de werkbalk naar live. Niet-opgeslagen wijzigingen worden eerst opgeslagen, en van de huidige liveversie wordt automatisch een backup gemaakt.

Onder Versies vind je alles daaromheen: een developmentversie aanmaken (Conceptversie aanmaken), zelf een backup maken, en de backupgeschiedenis, van waaruit je een oudere versie terugzet naar de developmentversie. Daar kun je het product ook als bestand downloaden en zo'n bestand importeren, als nieuw product of ter vervanging van dit product.

Vertalingen ​

Heeft je bedrijf meer dan één taal, dan staat er een taalkiezer in de werkbalk. Kies je een andere taal dan de standaardtaal, dan bewerk je de vertaling: het veld toont de brontekst als grijze placeholder, en onder nog niet vertaalde velden staat een waarschuwing. De structuur zelf — types, prijzen, logica — is voor alle talen hetzelfde.

Tips ​

  • Geef een ID voordat je verder bouwt. Een ID achteraf wijzigen kan, maar dan moet je door de referentiecontrole heen. Vooraf is het één veld.
  • Bouw in concept. Zelfs een kleine correctie op live is meteen zichtbaar voor iedereen die op dat moment aan het configureren is.
  • Houd de preview in de gaten. Hij volgt je niet-opgeslagen wijzigingen, dus je ziet het effect van elke aanpassing meteen — en slaat pas op als het klopt.
  • Exporteer voordat je een lange optielijst aanpast. De CSV is meteen je backup van die lijst.

Verder lezen ​